Ger Lataster.

Ik ben geen kunsthistoricus die nu een prachtige bijna onnavolgbare beschrijving kan geven van een abstract werk met een naar mijn gevoel symbolische lading.

Toch zie ik in dit schilderij van Ger Lataster, die ik erg bewonder een emotionele prozaïsche schildering, De figuren en kleuren lijken in de ruimte te zweven en toch is er een onzichtbare basislijn voelbaar. Een zware voet die een onzichtbare verbinding heeft met een figuur links, rust op de tweede trede van de ladder er komt beweging in het geheel. De wil om op te stijgen aanwezig.  Geboeid blijf ik kijken en zie in het blauw een soort plumeau, moet er eerst nog stof worden opgeruimd? Wat kan ik nog meer ontdekken?

Met een duidelijk eenvoudige symboliek weet Lataster een sfeer te scheppen in kleuren en zachte randen.

1985

Dumas en Toorop

 

Lang geleden zag ik in het van Abbemuseum een tentoonstelling van Marlene Dumas. Er hing een hele serie protretten aan de muur die met heel weinig verf en bijna lege gezichten waren getekent. Bijna een zombieachtige serie mensen die toch ieder persoonlijk een eigen, bijna geen,  gezicht hadden. Die manier van schilderen gebruikt ze vaker en iedere keer weer ben ik geboeid door hetgeen ze laat zien. Ze verstaat zo goed de kunst van het weglaten dat de nieuwsgierigheid me blijft prikkelen.

Van die portretten heb ik geen voorbeelden kunnen vinden maar het schilderij hieronder laat een beetje zien waar ik het over heb en geeft me dezelfde nieuwsgierige fascinatie.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het kwaad is banaal.

 

De portretten van Charley Toorop hebben over het algemeen een veel zwaardere penseelstreek en zijn bijna hard te noemen in vergelijk met de zachte manier waarop Dumas met de drager en het medium omgaat.

Toch vond ik bij Toorop een schilderijtje dat mij op dezelfde manier boeide als het werk van Dumas. Verwonderlijk hoe ze ook deze manier van schilderen beheerst en ermee omgaat. Zo zacht en passend bij een babyportretje. De ogen eisen onmiddelijk alle aandacht op en spreken tot de verbeelding. De babykrul die rond de jaren ’40 ’50 algemeen op de babyhoofdjes zichtbaar was, is aandoenlijk.

De zware zwarte lijst zou je in eerste instantie voor zo’n  schilderijtje niet bedenken, maar hier geeft het grote contrast een extra dimensie. Ik blijf mezelf de vraag stellen hoe het mogelijk is dat zo iets teers en liefs, waarbij ik in mijn verbeelding de babyzeep kan ruiken, bij mij toch zoveel vervreemding, vragen en leegte op kan roepen.

 

 

 

Jan Mankes. De Jasmijn.

En als ik dan dit heel kleine schilderijtje zie, dan word ik daar helemaal stil van.

Zo subtiel en mooi geschilderd. Een donkere achtergrond waarin het vaasje wordt ‘opgenomen’, maar ook in het bijna zwart is een palet aan kleuren zichtbaar. Het lichte stipje in de weerspiegeling van de vaas en het blaadje in de achtergrond roept spanning op waar ik naar wil blijven kijken. De Jasmijn springt uit het donker zonder op zichzelf te staan. Ze is een geheel met het duistere al. Ja daar kan ik niet genoeg naar kijken.

Het is in het bezit van het Gemeentemuseum in Arnhem.